Wat ging er allemaal vooraf

Het is een alom bekend feit dat de Nederlandse gedistilleerdindustrie een nijverheid is, welke reeds vele eeuwen bestaat. Men spreekt dan ook wel terecht over de oud-vaderlandse gedistilleerdindustrie. Geen wonder dat reeds in 1690 in Schiedam, welke stad men wel als de bakermat van deze industrie mag beschouwen, een dusdanig aantal branderijen bestond, dat men tot het oprichten van een Brandewijnbranders- en distillateursgilde overging, hetwelk ten doel had de saamhorigheid te vergroten.

Op aanstichting van de Vroedschap (5 december 1689) werd in de vergadering van Schout, Burgemeesteren en Schepenen van 31 december 1689 het voorstel gedaan om een gilde voor de Brandewijnbranders te ¨formeren¨, naar het voorbeeld van andere steden. Op 9 maart 1690 werd het gilde voor de Brandewijnbranders en distillateurs opgericht.
De eerste deken was Cornelis de Hoy, terwijl de eerste hoofdlieden Capt. Pieter de Hoy en Hendrik Claes Schalck waren. Daarnaast bestonden er:

  • Proefmeesters (omdat er geknoeid werd met de moutwijn);
  • korenmeters;
  • kolenmeters;
  • zakkendragers.

Onder druk van de Fransen, die alle gilden verboden, werd dit gilde op 6 mei 1796 beëindigd.

Veel is sindsdien veranderd. maar wat is blijven bestaan is de grote faam die het Nederlandse gedistilleerd nog steeds in binnen- en buitenland geniet. Niet dat de tijd aan deze bedrijven voorbij zou zijn gegaan, maar de zorgvuldigheid waarmede men bij de bereiding van het gedistilleerd te werk gaat en vooral opok de vaak eeuwenoude recepten, maken dat wij nog van onze oud-vaderlandse gedistilleerdindustrie mogen spreken, waarop wij terecht trots zijn.
De gedistilleerdindustrie meende er goed aan te doen - daarbij met één oog kijkend naar het rijke verleden - op 28 oktober 1960 het Gilde van het Gouden Glaasje op te richten. Het Gilde beperkte het lidmaatschap in principe tot directeuren of meesterknechten van de Nederlandse distilleerderijen. Vanzelfsprekend dat men zich in die tijd moest aanpassen aan de moderne toestanden. Het zou immers niet meer in die tijd passen indien men zich - zoals uit de oude Gildereglementen bleek - het slaan met vuisten, het driegen met messen of andere wapenen, het toebrengen van kwetsuren met boetes van fl. 3,00 tot fl. 12,00 - zou permitteren. Ook de bepaling dat het beledigen of kwalijk bejegenen en toespreken van de hoofdmannen de eerste keer wordt beboet met 30 stuivers is in 1960 niet overgenomen. Evenmin beoogt het Gilde in 1960 de directe behartiging van de belangen van de gedistilleerdindustrie, maar wel het bevorderen van de gezelligheid, waartoe de échte borrel in belangrijke mate kan bijdragen. Een Gilde, opgericht in de 20ste eeuw, maar wortelend in een rijk verleden!
Dit Gilde ontplooide eind 20ste eeuw geen activiteiten meer. Het leidt voor zover na te gaan een zgn. ¨slapend bestaan¨.

Eind negentiger jaren van de 20ste eeuw is het Genevergenootschap opgericht. Dat is weliswaar qua gedachten bij Schiedammers of in Schiedam ontstaan, maar betrekt de leden en ambassadeurs in principe vanuit geheel Nederland.

Om die reden werd er al langere tijd de behoefte gevoeld aan het oprichten van een specifiek Schiedams gezelschap dat met name de belangen van de stad Schiedam én van de Schiedamse jenever(s) wenst te bevorderen.
Hoewel er al langer initiatieven werden ontplooid om tot de heroprichting van een jenevergilde te komen,zijn de ervaringen in 2008 van enkele bestuursleden van de Stichting Brandersfeesten Schiedam in de Belgische jeneverstad Hasselt van groot belang geweest om uiteindelijk in 2011 het Schiedamsch Jenevergilde het Gulden Glaasje op te richten. In de statuten van dat gilde staan de volgende doelen voor ogen:

  • het in ere (doen) houden van (doen) voortzetten van de tradities op het gebied van het branden van moutwijn en het distilleren van jenever;
  •  het aandacht (doen) geven aan jenever en de betekenis daarvan in het verleden;
  • het promoten van de Schiedamse jenever (in woord en gebaar);
  • het uitdragen van de naam van Schiedam in en buiten Schiedam;

Vanzelfsprekend is ook bij het nieuwe gilde het bevorderen van de gezelligheid bij de diverse activiteiten, waaraan de échte Schiedamse borrel nog altijd in belangrijke mate kan bijdragen, een belangrijk doel gebleven. Het Gilde, opgericht in de 21ste eeuw, wortelt nog steeds in een rijk verleden!
Op 8 november 2011 werd het Schiedamsch Jenevergilde Het Gulden Glaasje opgericht. De eerste deken was de heer Frans Eikenbroek. De tweede deken was de heer Jan van Stigt Thans. De huidige (3e) deken is mw. Ing. Willeke Vester.